Dag 2 van de MCT in de TDM

Roemer

Miranda

Cover Image

Hier het verslag van de zinderende tweede en tevens laatste dag van de Trilogie de Maurienne. Uw inmiddels vaste commentator (Marlon) voor dit event heeft een paar dagen moeten bijkomen van de inspanning voor dit geschreven werd, maar is ondertussen fysiek en mentaal weer op de been. Vandaag zijn we zelfs weer uit fietsen geweest! Even de Madeleine op, alsof het niks is natuurlijk. Maar daar gaat dit verslag niet over.

We gaan even terug naar zondagochtend half zeven. Ons gebruikelijk ochtendritueel als team van opstaan en als vrolijke bijen door elkaar drentelen om alle benodigdheden bij elkaar te rapen begon iets later dan de dag ervoor. We moesten om 8 uur acte de présence geven aan de start. Om zeven uur stapten we collectief in de auto om weer onze slotklim van de vorige dag te herbeleven richting de start. Wat is die klim toch makkelijk als je hem in de auto rijdt! In deze bocht had ik het zwaar, hier dacht ik nog waarom krijg ik geen koffie tussendoor, dit stukje ging ik Dennis voorbij; niet alle herinneringen zijn negatief;)

Boven in het dorpje aangekomen trof iedereen de laatste voorbereidingen voor de rit. Marjolein mocht rustig aan doen, want zij startte een uur later. Op weg naar de start moest ik nog snel even terug naar de auto voor mijn bidons, zonder kun je echt niet. Op het laatste moment sluit ik aan bij de rest en direct vertrekken we, nog even snel mijn Strava aan, anders telt het niet. De eerste afdaling is geneutraliseerd, wat betekent dat een groep van zo’n 120 renners heel mak achter een auto aanrijden totdat ze het sein krijgen dat de wedstrijd begint. Het gaat traag naar beneden, en iedereen krijgt tijd om nog de laatste spanningsplasjes te plegen (al dan niet fietsend). De Minigigs-blauwe armada rijdt al keuvelend, etend en lachend de eerste 20 kilometer.

Als we bijna bij de voet van de Glandon zijn klinkt het startsein, direct schiet het tempo omhoog. Iedereen probeert aan te haken en ik pak Roemers wiel in de hoop met hen mee te fietsen. We weten aan te sluiten en rijden mee naar de voet van de eerste klim. Daar breekt het deelnemersveld in een heleboel kleine groepjes, ik zit vrij voorin, dus in het begin van de klim word ik door menigeen voorbijgereden. Later die dag zie ik de meeste wel weer terug omdat ze te hard gestart zijn:)

Ik weet dat ik zelf niet te hard moet fietsen in het begin en ik probeer een ritme te vinden. Door de snelheid in het begin is dat lastig, maar na een tijdje gaat het lekker. Halverwege de klim zit een klein stukje vals plat, hier haalt Bas me bij. “Ben je van plan om vandaag ook weer de hele dag 100 meter voor me te rijden” zegt hij. Ik lach een beetje en denk er het mijne van. Hij rijdt lekker steady, dus ik sluit me bij hem aan, een iets hoger tempo. Eigenlijk gaat dat wel lekker. De klim is in totaal 20 kilometer, buitencategorie, een flinke jongen, en het venijn zit hem in de staart. Als ik omhoog kijk naar de top zie ik veel wielrenners omhoog kruipen langs de berg. De top lijkt ook nog absurd ver weg, dat is toch niet de bedoeling? We worden getrakteerd op drie kilometer van 10 en 11 procent, wat ik alleen kan interpreteren als de binaire code voor ‘nee’, en ‘dacht ‘t niet’. The only way is up, en ik moet er toch aan geloven, gelukkig heeft mijn nieuwe fiets een bergverzet, en dat blijkt van pas te komen.

Bovenaan duik ik direct de afdaling in, die duurt een seconde of zes. Daarna loopt het weer omhoog naar de top van de Croix de Fer waar de eerste drink post is. Niet helemaal waar ik op hoopte, nog even een stuk tegenwind op 2000 meter hoogte voor de koffie, maar ja. Bij de drink post staan gelukkig onze fanatieke supporters om ons toe te juichen en dat verzacht de pijn weer een beetje. Ik vul mijn bidons en eet een Snelle Jelle, want ik ga nog even een stukkie. Ik neem heel even de tijd, want zoals Tom zegt, die paar minuten verdien je later wel weer terug als je goed voor jezelf zorgt.

Ondertussen was Roemer al bezig met de afdaling waar ik nu aan ging beginnen, en Dennis, Miranda, en Tom waren nog een figuurlijk jasje uit aan het doen op de Glandon. Ook Marjolein was intussen gestart aan haar race. Die haakte bij ons in halverwege de afdaling van de Croix de Fer en omvatte dezelfde laatste 60km als wij. Die bestond uit twee niet te onderschatten klimmen van 16 en 18 kilometer, de Col du Toussuire, en de Col du Mollard van de noordkant.

De afdaling van de Croix de Fer hadden we de vorige dag ook gedaan en kende ik inmiddels. Hierdoor schoot het lekker op, in de korte stukjes klimmen in de afdaling at ik nog wat en deed ik even een korte sanitaire stop. De tweede klim van de dag is een bekende uit de Tour. Niet heel steil, maar toch zeker 10 keer de Loorberg op zoals Miranda zou zeggen. Ook hier probeer ik niet te snel te fietsen, ik begin al te voelen dat ik flink wat gedaan heb en ik ben nog lang niet klaar. De klim vordert voor mij gestaag, achter mij moeten Tom, Dennis, en Miranda wachten voor een aantal bomen op de weg. Dat gebeurt nou eenmaal als je niet de Tour rijdt.

Ongewis van dit feit, ploeter ik zelf verder omhoog naar La Toussuire. De klim is niet briljant mooi, dus ik focus me maar op het klimmen. Het gaat niet helemaal meer vanzelf en ik ben blij als de laatste kilometers in zicht komen en het afvlakt. Zo kan het dus ook blijkbaar. Bovenaan bij de post laat ik mijn bidons vullen met ISO, leeg ik mijn zakken en eet ik nog wat, want fietsen is eten, en eten ben ik toevallig erg goed in.

De afdaling van de Toussuire is twee kanten van een medaille, het begin is prachtig en daar zoef ik op mijn gemak doorheen. Hoge snelheden, weinig bochten, geweldig, dat zit mee! Halverwege wordt het wegdek opeens een stuk slechter, overal hobbels en gaten in de weg, asfaltplakkaten her en der. Ik heb nog gekeken of ik niet per ongeluk België in was gereden, maar zo slecht had ik gelukkig niet genavigeerd. Door de hobbels stuiterde één van mijn bidons uit de houder en vloog de berm in. Kak, dat is onhandig, die heb ik nog nodig. Snel omdraaien en weer even naar boven om hem op te halen, hij zat nog helemaal vol met iso. Snel hobbelde ik de rest van de afdaling af en had medelijden met mijn mede-renners.

Onderaan moesten we een klein stukje door het dorp en dan begin de slotklim. In het dorp merkte ik steeds spetters tegen mijn been, mijn gestuiterde bidon bleek te lekken. Heb ik weer, mijn andere bidon was leeg, dus al fietsend snel mijn ene bidon gelegd in mijn andere. Ik voelde me net Sagan, acrobaat op de fiets. Ik gooide nog een Long Energy Drink naar binnen en begon vol goede moed aan de laatste klim. Ook deze zou een redelijke loper zijn, een kilometer of 18 en ik ging er voor het gemak maar even van uit dat de finish op de top was dit keer, dat scheelt weer onaangename verrassingen.

Toen ik de laatste klim begon miste ik bijna meteen één ding: kilometerpaaltjes. In Frankrijk staan op (bijna) alle beklimmingen van die lage witte betonnen paaltjes met gele kop waarop staat hoe ver je nog moet en hoe steil de komende kilometer is. Ergens in de afgelopen dagen was ik erg gehecht geraakt aan die informatie en die moest ik nu missen. Juist nu ik in de finale van een van de zwaarste ritten van mijn leven zat. Wat een feest! Ik heb verder ook geen enkele vorm van fietscomputer op mijn fiets, dus moest maar op hoop van zegen door. Alle gevoel van tijd en afstand verliet mij op deze klim. Af en toe vroeg ik aan iemand die ik inhaalde hoe lang het nog was, maar dat bleek elke keer totaal anders. Misschien zou ik zelf ook wel iemand die mij inhaalde valse informatie hebben gegeven, maar toch. Mijn benen begonnen intussen steeds meer zeer te doen en mijn eten was ook al bijna erdoorheen. Omhoog ploeterend probeerde ik er moed in te houden, maar het leek wel eindeloos te duren. De klim waren heel veel haarspeldbochten in een bos, waardoor alles ook nog eens op elkaar leek. Toen ik de bomen achter me liet, kreeg ik het idee dat er wel bijna zou zijn. Opgelucht gooide ik mijn laatste guarana-shot naar binnen, jeweetwel dat zakje Listerine voor de eindsprint.

Ik zag een dorpje in zicht komen, maar dat herkende ik niet. De naam leek wel veel op het finishdorp, op een bord langs de weg stond dat de top nog 6,5 km weg was. Ai, dat was nog ver, in de verte zag ik mijn bestemming liggen, maar dat was nog een eind zeg. Gelukkig ging het nu op en af en kon ik het tempo goed opvoeren, dus de laatste kilometers schoten onder mij door, alleen nog het dorpje door, de welbekende laatste anderhalve kilometer klimmen en daar was ie dan. De laatste 500 meter voortgeschreeuwd door teamgenoten en fans. En dan eindelijk die prachtige rubberen mat waardoor je eindelijk mocht afstappen.

Moe maar voldaan ging ik bij Marjolein en Roemer zitten om op de anderen te wachten. Die waren wat vertraagd door de boomstammen op de weg, dus dat duurde nog even. Intussen verhalen uitgewisseld met Roemer en Marjolein. Roemer had hard gefietst, maar dacht dat hij nog wel wat harder had gekund. Marjolein had een chill dagje gehad vergeleken met zaterdag, want ze had goed gegeten en goed gefietst, dus dit keer geen hongerklop.

Een tijdje later kwam Tom binnen, ook hij was erg tevreden. Ondanks het verminderd aantal trainingsuren en slaapuren die gepaard gaan met het ouderschap heeft hij het er goed vanaf gebracht. Niet veel later komt ook Miranda binnen, zij heeft het zwaar gehad, zeker op de laatste klim, en moet even op adem komen. Als laatste komt Dennis binnen, hij deed me denken aan mezelf vorig jaar in de Trois Ballons. Helemaal afgepeigerd komt hij over de streep, het eerste kwartier is het zitten, liggen en een beetje eten en drinken om alles weer aan te vullen. Ondanks de vermoeidheid is ook hij blij dat hij het heeft gehaald. Het is natuurlijk ook geen peulenschil zo’n afstand.

Als iedereen weer een beetje leeft stappen we in de auto voor een welverdiende douche in het huisje. Onderweg door het dorp checken we even bij het podium of er niet toevallig een prijs is voor Miranda en warempel, ze blijkt derde te zijn in haar categorie. Ze heeft de officiële huldiging gemist, maar krijgt toch nog een momentje op het podium. Omdat we er toch zijn, eten we even in het finishdorp en gaan dan naar het huisje.

Achteraf gezien denk ik dat we allemaal tevreden zijn met wat we hebben bereikt. Het was een pittige uitdaging voor iedereen die zoiets voor het eerst deed en voor Roemer en Miranda een wijze les in hoe ver ze staan in hun wielrencarrière. Nu is de vraag wat er verder nog op de planning staat en wie er volgend jaar meegaan. Want wie wil er niet meegenieten met dit heerlijke avontuur? De inschrijflijsten zijn vanaf vandaag geopend, dus meld je aan. Ook supporters en anderszins ondersteunend personeel zijn uiteraard welkom.

Groet,
Marlon

Foto's